Hoe de bloedhete zomer toesloeg in onze bossen

Artikel: De Standaard, 11 oktober 2026

De Bosgroepen kwamen aan het woord in dit artikel rond de gevolgen van de opeenvolgende hittegolven op onze bossen. Het volledige artikel vind je hier: Hoe de bloedhete zomer toesloeg in onze bossen | De Standaard

We voegen het ook hieronder toe:

(Artikel: Tom Ysebaert / Foto’s Fred Debrock)

Vroeg vallende bladeren, gebroken takken of vlakaf sterfte. De Vlaamse bomen zagen af deze zomer. Vooral de jonge boompjes op zandgronden kregen klappen. “We moeten dringend ons bebossingsbeleid over een andere boeg gooien.”

De eerste herfstregen is gearriveerd en daar zullen de Vlaamse bomen niet rouwig om zijn. Zij hebben een hete en droge zomer achter de rug en dat heeft sporen nagelaten. “Ik werk 24 jaar in de sector en heb nog nooit zoveel bomen in stresstoestand gezien als dit jaar”, zegt Jan Goris. Hij is de coördinator van de Bosgroep Houtland, een groepering van boseigenaars in het noorden van West-Vlaanderen, de provincie die lange tijd nog minder regen kreeg dan de rest van het land.

Goris zag veel afgestorven takken in de kronen, als er al geen volledige bomen gestorven waren. Ook opvallend vond hij de spontane takbreuken, die zich ook bij rustig weer en bij gezonde exemplaren voordeden. “Boomverzorgers hebben hun handen vol om de veiligheid met bomen langs wegen te verzekeren. Mijn collega’s van de Bosgroep Zuiderkempen telden ruim drie keer meer gevaarlijke bomen langs hun bospaden dan twee jaar geleden.”

Vooral bij beuk, berk, grove den en gewone esdoorn was de schade groot, zegt Goris. Maar ook struiken als lijsterbes, vlier en zelfs bramen stonden er verdord bij. De situatie lijkt hem vooral dramatisch bij beuken op zandgronden, die aan de rand van of buiten een bos staan. Eiken lijken de zomer dan weer beter te hebben doorstaan.

Geert Sioen bevestigt die observaties. Hij meet al jaren voor het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (Inbo) de vitaliteit van onze bossen op. Van eind juni tot begin september doet hij een gezondheidscheck van zowat 1.500 bomen op 78 meetpunten verspreid over heel Vlaanderen. “De tekenen van stress door hitte en droogte waren dit jaar onmiskenbaar. Bladeren verkleurden en vielen vroeger.”

Experiment

De schade is wel afhankelijk van waar de bomen staan, zegt Sioen. Zandgronden houden minder vocht vast dan leemgronden en zijn droogtegevoeliger. Bomen die op zandgrond groeien, hebben bijgevolg sneller last van de droogte. Tegelijk wortelen bomen dieper op drogere plaatsen en minder diep op vochtigere plaatsen. Bij extreme droogte kan dit hen zuur opbreken.

De bomen die Sioen opvolgt, zijn tientallen jaren oud, sommigen meer dan 100 jaar. Die oudere exemplaren kunnen tegen een stootje. Maar dat ligt anders voor pas aangeplante bomen. Zij lijken de hoogste tol betaald te hebben.

Dat zag Eva Forceville met eigen ogen. Zij doet aan de UGent een doctoraatsonderzoek naar de impact van droogte op jonge aanplantingen. Vorige winter heeft ze bij wijze van experiment op negen plaatsen in Oost-Vlaanderen bosjes geplant: drie in het Waasland, drie in de Vinderhoutse Bossen (Gent) en drie in de Vlaamse Ardennen. Afwisselend op zand, zandleem en lemige bodem. Telkens ongeveer 300 boompjes per locatie, van de vijf meest geplante inheemse soorten van Vlaanderen: zomereik, beuk, boskers, haagbeuk en winterlinde.

Nadien volgde ze op hoe de boompjes het ervan af brachten. In mei zag Foreceville dat gemiddeld zowat 3 procent van de plantjes afgestorven was, wat ze als een normaal percentage beschouwt. Op de zandige bodems was het iets meer. Begin juli, toen we al een eerste hittegolf achter de rug hadden, nam dat percentage licht toe naar 4 procent. Nog geen vuiltje aan de lucht dus.

De proefaanplantingen in de Vinderhoutse bossen in Gent kregen het zwaar te verduren.

Dood op het zand

Helemaal anders werd het bij de observaties van begin september. Toen zag de onderzoekster dat liefst 27 procent het niet had overleefd. “En dat is een gemiddelde. Op de zandgronden lag de sterfte flink hoger: daar was 85 procent van de boompjes dood. Op de rijke leembodems van de Vlaamse Ardennen bedroeg de mortaliteit amper 1 à 2 procent. Op de gemengde bodems van de Vinderhoutse Bossen zat het ertussenin”.

Alle boomsoorten deden het ongeveer even goed of slecht. “Het zijn nog voorlopige cijfers,” nuanceert Forceville, “de grondige analyse moet nog gebeuren”.

Dat de tweede en de derde hittegolf er te veel aan waren, constateerde ook professor Ivan Janssens (UAntwerpen). Hij heeft een toren vol meetapparatuur staan in een bos in Brasschaat. “Het voorjaar had voor genoeg vocht in de bodem gezorgd. Zo konden de bomen begin juli de situatie nog de baas. Maar naarmate hitte en droogte langer aanhielden, begonnen ze steeds meer af te zien. Concreet: ze gingen steeds vroeger op de dag hun huidmondjes sluiten, om vochtverlies tegen te gaan. Een verdedigingsreflex.”

Het gevolg was dat bij de Brasschaatse bomen (zomereik en grove den vooral) de fotosynthese met een vijfde verminderde. Een terugval die Janssens nooit eerder in zijn metingen zag. Voor wie de schoolse kennis wat ver zit: fotosynthese is het proces waarbij planten zonlicht, water en koolstofdioxide (CO₂) omzetten in suikers voor hun eigen voeding en in zuurstof, die ze de lucht insturen.

Aanpassing in DNA

Het betekende dat ook hun opvang van koolstofdioxide uit de lucht zowat een tiende lager lag. En als bomen minder koolstof opslaan, betekent dat ook minder reserves en minder bouwstof voor volgend groeiseizoen.

Als we vaker dergelijke extreme zomers zullen krijgen – en zo ziet het ernaar uit – dan maakt Janssens zich zorgen over de veerkracht van onze bomen. “Bomen kunnen zich aanpassen, dat zit in hun DNA. Wortels dieper laten doordringen is daar een voorbeeld van. Maar dat kost koolstof, die ze dan niet in hun bladeren, takken of stam kunnen investeren. En de opeenvolgende hete zomers vreten dus aan die koolstofreserves. De klimaatverandering die we nu meemaken gaat zo snel dat ze de tijd niet krijgen om zich aan te passen.”

Janssens is er daarom voorstander van bomen van elders naar hier te halen. “Een beuk uit de Pyreneeën bijvoorbeeld, die kan zowel een warme zomer als een koude winter aan en zou zich hier dus goed kunnen voelen.”

De vaststelling komt op een moment dat we hard rekenen op de bossen voor koolstofopslag, verkoeling en een regulering van de waterhuishouding. Het roept meteen ook vragen op over het bosbeleid. De Vlaamse overheid wil tegen 2030 10.000 hectare extra bebossen. Zou dat dan best niet op die zandgrond gebeuren, die bijna de helft van de Vlaamse bodem uitmaakt? “Ik zou die bodems nog niet opgeven”, zegt Forceville. “Andere boomsoorten, verschillende behandelingen of ander plantmateriaal kunnen een verschil maken. Op basis van één jaar kun je geen verregaande conclusies te trekken. Er is meer onderzoek nodig.“

Chinees voorbeeld

Ook professor Kris Verheyen (UGent) wil de bossen op droog zand niet opgeven. “Maar we moeten de bosuitbreiding daar wel radicaal durven herdenken. Het zal erop aankomen de jonge boompjes in hun eerste, kritische jaar te beschermen. Ze aanplanten tussen hogere, beschermende vegetatie, bijvoorbeeld. Of wachten tot er zich spontaan boompjes vestigen en die dan laten ontwikkelen. Of hun schaduw gebruiken om andere soorten beschutting te bieden.”

De Bosgroepen zetten al volop in op klimaatrobuuste bossen, zegt Goris. Daarbij is meer variatie in boomsoorten een factor. Verder is geen idee te gek: compost toevoegen, afdekken van de grond met houtsnippers of stro tegen het uitdrogen, water vasthouden of zelfs aanvoeren. Goris: “We kunnen inspiratie opdoen bij de Chinezen die erin slagen hun woestijnen te bebossen. Om maar te zeggen hoe groot de uitdaging is. De realiteit is dat dit beplanting haast onbetaalbaar maakt”.